Afscheid

door Rogier

Tot voor kort was ik een “veelrijder”. Niet dat ik elke dag grotere afstanden reed, maar als ik een dag met de auto op pad ging, was dat meestal zo’n 300 tot 400 km per dag. Meestal in verband met het reviewwerk van andere accountantskantoren. Want die mochten natuurlijk niet te dicht bij je woon- en werkomgeving liggen, dat werd in het algemeen door het te toetsen kantoor niet gewaardeerd. “Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten”, zullen we maar zeggen. Dat toetsen waren uiterst vermoeiende dagen. Niet alleen hondsvroeg op (althans in mijn ogen), meestal twee uur heen, daarna een uur of acht à negen echt hard en ingespannen werken zonder noemenswaardige pauzes en daarna weer terug. Dus ’s morgens meestal om een uur of zeven weg en vaak pas na zeven uur ’s avonds terug.

Er is een periode geweest dat ik dan zo moe was, dat ik op de terugweg even een parkeerplaats aandeed om een uiltje te knappen (vreemde uitdrukking overigens, kijk voor uitleg en herkomst op https://onzetaal.nl/taaladvies/een-uiltje-knappen/). Die extreme vermoeidheid werd ook ingegeven door de medicijnen die ik toen gebruikte, want na het overstappen op een ander smaakje, waren deze uiltjes niet meer nodig.
Al met al kwam ik meestal tot (bijna) 30.000 km per jaar en dat is ruim boven het gemiddelde van de Nederlandse automobilist. Inmiddels is het reviewwerk belangrijk afgenomen (misschien zelfs wel beëindigd), maar alleen het ophalen van de kleinkinderen gaat al richting 10.000 km per jaar.

Als je zoveel op de weg zit, dan besef je (althans ik doe dat wel) dat de kans groter dan gemiddeld is dat je ooit een ongeluk krijgt. Uiteraard, je hebt meer ervaring en bent daardoor misschien wel wat voorzichtiger of alerter dan een ander, maar de kans op een ongeluk is vrij groot. Dat hoeft uiteraard niet altijd je eigen schuld te zijn, het kan ook aan je medeweggebruikers liggen of aan plotseling overstekende bomen. Maar waarom zouden ongelukken en ellende alleen anderen overkomen? Lees eens Als het kwaad goede mensen treft van Harold Kushner.

Voordat ik op pad ging/ga (en ook als ik terug kom) is het dus tijd voor een kus. En bij vertrek zegt Ineke dan meestal “rijd voorzichtig”. En tot op heden ben ik er redelijk zonder kleerscheuren doorheen gerold. Maar ik besef me terdege: het risico is groot. Je hoeft de krant maar te lezen of het nieuws te volgen en je weet dat.

Afscheid nemen kan met een kus, een handdruk of een zwaai of met een vaarwel, tot de volgende keer, houdoe, doei of goodgoân of dat soort uitdrukkingen. Een mooie in die categorie vind ik adieu. Afgeleid van het Franse à Dieu en vaak verbasterd tot aju. Zelfs uw Frans is toereikend om te weten dat à Dieu betekent (in niet-hedendaags Nederlands) Gode bevolen. Of God zij met u.

Afscheid nemen is dus belangrijk. Dat besef je ook maar al te goed in deze coronatijd, waar verzorg- en verpleegtehuizen “gesloten” zijn en waarbij geen of nauwelijks afscheid genomen kan worden van je geliefde(n). En dat geldt natuurlijk ook voor hen die op de IC liggen en langdurig in coma worden gehouden en vervolgens overlijden. Ook dan is er vaak geen ruimte om afscheid te nemen.

Ik weet niet waar het aan ligt, maar de laatste tijd kijk ik spreekwoordelijk wat meer achterom. Misschien ligt het aan de leeftijd? Misschien ligt het aan het feit dat ik meer tijd heb voor reflectie? Misschien is het de spanning en emotie rondom de coronacrisis? Ik weet het niet, maar ik denk wat meer aan “vroeger”, u weet wel, de tijd dat alles beter was.

Mijn moeder overleed vrij plotseling in 1990 tijdens haar vakantie in …, u raadt het vast goed, Frankrijk. Ik weet niet uit mijn hoofd welke dag het was, want mijn vader heeft mij altijd geleerd dat soort dingen niet te onthouden. En dat doe ik dus ook (vrijwel) niet. Alleen overlijdensdata die rechtstreeks gekoppeld kunnen worden aan een andere datum, ja, dan is het lastig om het te vergeten. Wat ik nog wel weet dat zij werd begraven op hun trouwdag, dat weet ik dus weer wel.
Echt afscheid nemen van mijn moeder heb ik dus eigenlijk niet gedaan. Uiteraard deden ze “een rondje langs de (klein)kinderen”, maar dat was meer een “tot over vier weken” en zeker geen echt afscheid.

Vandaag is het Hemelsvaartsdag. En niet Hemelvaart, zoals veel mensen ten onrechte zeggen. Tijd voor het dauwtrappen en voor evenementen, zoals Dauwpop, die allemaal niet doorgaan dit jaar. Door dat dauwtrappen zal het wel druk worden op de fietspaden, want het a) een van de weinige dingen die we wel mogen en b) het belooft fantastisch mooi weer te worden.

Maar bij Hemelvaartsdag denk ik toch meer aan die gebeurtenis van zo’n 2000 geleden. De geschiedenis wordt beschreven in Lucas 24 en in Handelingen 1. In de evangeliën van Mattheus en Johannes is er niets over te vinden en Marcus stipt het terloops aan: “de Heer is opgenomen in de hemel en zich heeft gezet aan de rechterhand van God."

Zouden de aanwezige discipelen eigenlijk wel blij zijn geweest met die hemelvaart? Zouden ze Jezus niet veel liever bij zich willen houden? Ik lees ook nergens dat ze afscheid van Hem hebben genomen. Wel lees ik dat ze verdrietig waren (zie even verderop in Johannes 16).
Of zouden ze inmiddels zo “bijbelvast” zijn geweest dat ze wisten dat dit zou gebeuren (zie Johannes 13: 33 waar staat “Kinderen, ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie”.)? Tenslotte Goede Vrijdag en Pasen waren nog wel onverwacht voor hen, maar misschien zijn ze nog eens gaan nadenken over wat geschreven staat en wat Jezus hen allemaal verteld en uitgelegd heeft. Bovendien waren ze geïnstrueerd: wachten en bidden in Jeruzalem.

Afscheid of niet, die Hemelvaart was nodig. In Johannes 14 zegt Jezus dat Hij voor ons plaats zal bereiden. Oneerbiedig: Jezus heeft werk te doen. Maar Hij laat ons niet aan ons lot over, want Hij belooft ons de Heilige Geest. Dan kan je nalezen in Johannes 16:
“Nu ga Ik weg, naar Hem die Mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat U naartoe?” Jullie zijn verdrietig, omdat Ik jullie dat gezegd heb. Werkelijk, het is goed voor jullie dat Ik ga, want als Ik niet ga zal de Pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als Ik weg ben, zal Ik Hem jullie zenden. Wanneer Hij komt zal Hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde – dat ze niet in Mij geloven, gerechtigheid – dat Ik naar de Vader ga en jullie Me niet meer zien, oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld. Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. Door jullie bekend te maken wat Hij van Mij heeft, zal Hij Mij eren. Alles wat van de Vader is, is van Mij – daarom heb ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van Mij heeft. Nog een korte tijd en jullie zien Me niet meer, maar kort daarna zien jullie Me terug.”

En iets verderop: “Jullie hebben nu verdriet, maar Ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.”

Dus afscheid nemen levert verdriet op. Maar ooit zullen we allemaal blij zijn!

Ik wens u een prettig (lang) weekend en wens u à Dieu.

Afdrukken

Contactgegevens

Harmoniegebouw
Uitterhoevestraat 7
7481 DH Haaksbergen
Email:  info@christengemeentejoshua.nl

Privacyverklaring

Het dagelijks woord

26 februari 2021

  • vrijdag 26 februari 2021 - Johannes 11:25-26
    Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.’ -- Johannes 11:25-26