Klaar

door Rogier

Vroeger, van toen ik nog geen tiener was tot ongeveer mijn zestiende, beoefende ik de atletieksport. Dat had u niet achter mij gezocht, toch? Ik was lid bij KEV in Hengelo. KEV stond voor Kracht en Vriendschap, maar werd in de volksmond aangeduid met Knuffelen en Vrijen. Het waarom daarvan, is me nooit duidelijk geworden. Volgens mij bestaat KEV tegenwoordig niet meer, wel is er nog een trimgroep met die naam, maar het atletiekgebeuren kon ik niet meer op internet vinden.

We trainden twee keer per week. In de zomer was het één avond in de week trainen in het huidige FBK-stadion. Vroeger heette dat gewoon Stadion Veldwijk, genoemd naar de wijk waarin het stadion lag. Met afgrijzen denk ik nog aan sommige oefeningen: naast de lange afstanden denk ik dan met name aan het trap op-trap af: van beneden naar boven en weer terug over de volle hoogte van het stadion, en dat een aantal keren achter elkaar. In de winter verhuisden we naar een aftandse gymzaal aan de B.P. Hofstedestraat. Die was zo aftands dat íe al jaren geleden is afgebroken, daar staat nu een parkeergarage.

Op de zaterdagochtend gingen we trainen bij het Lonnekermeer. Alleen de fietstocht erheen en weer terug was genoeg voor een warming-up en een cooling-down: enkele reis ruim 6 km.
Ergens in de bosschages had KEV een oude woonwagen neergezet. Ik weet niet meer of er een toilet was, er was nog wel een aparte ruimte voor dames en heren. Maar behelpen was het, douchen was uiteraard niet aan de orde.

Mijn voorliefde ging uit naar de technische nummers: kogelstoten, discuswerpen en dat soort zaken. Niet dat ik daarbij in medailles grossierde, integendeel. Maar het verschil met de anderen was niet zo groot… Hoogspringen was ook niet mijn ding…, verspringen daarentegen wel. Maar ook daar waren er altijd anderen die de medailles ophaalden
De pest had ik aan de korte loopnummers: tegen de tijd dat ik uit de startblokken kwam, waren anderen al ver voor mij. Beter gingen de lange afstanden mij af. Vanaf het startschot kwam ik al vrij snel op een flinke achterstand, maar als ik eenmaal op stoom gekomen was, dan werd het verschil niet meer veel groter. Die wedstrijden vonden meestal in de winter plaats: de cross over (afhankelijk van je leeftijd) zo’n 1 tot 2 km, dwars door het bos, over slootjes en boomstammen en -stronken. In je korte broek, ook als er sneeuw lag. En als shirt had je een soort kamizooltje, met een plaatje met het logo van KEV daarop gestikt. Het was soms zo koud en soms was je zo moe, dat als je over een slootje sprong, je benen gewoon door maalden (bij een normale sprong houd je je benen gewoon stil). En als je dan op het verkeerde moment neerkwam, lag je op je snuit.
Voor deze activiteiten heb ik dus nooit een prijzenkast hoeven aan te schaffen.

Veel sympathieker waren dan de prestatielopen waar we ook wel eens aan mee deden. Niet de snelheid en dus tijd waren belangrijk, maar de prestatie. Als je de finish maar haalde, dan kreeg je een medaille (inmiddels ook allemaal weggegooid).

Tussen beide evenementen zit een aantal verschillen. Zoals net beschreven ging het bij die prestatielopen niet om de tijd die je scoorde. Een ander opmerkelijk verschil: je ging van start wanneer het jou uitkwam. Er was dus geen “Klaar…, af” waarna je uit de startblokken vloog.
Het was meer de Olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. En als u goed naar mijn kosterspraatjes geluisterd hebt, dan weet u dat deze uitspraak niet van Pierre de Frédy, Baron de Coubertin was (het kosterspraatje van 4 februari 2018 kunt u HIER nalezen).

Dus nooit medailles, nooit een beker of een krans. Maar ik ga er niet onder gebukt, want ik weet dat ik meer dan overwinnaar ben (Romeinen 8): Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.

Ik moet ook denken aan Mattheüs 25. Daar gaat het over de tien meisjes (in mijn tienerjaren nog aangeduid met maagden).
Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.” Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.

Zorg dus dat je klaar bent…

Afdrukken

Contactgegevens

Harmoniegebouw
Uitterhoevestraat 7
7481 DH Haaksbergen
Email:  info@christengemeentejoshua.nl

Privacyverklaring

Het dagelijks woord

26 februari 2021

  • vrijdag 26 februari 2021 - Johannes 11:25-26
    Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.’ -- Johannes 11:25-26